scan ecosysteemdiensten

SNEL SCAN ECOSYTEEMDIENSTEN

 

Om snel een eerste beeld te verkrijgen over een ontwikkeling kunt u hier een Snel Scan Ecosysteemdiensten doen. Daarbij dient u de verticale en horizontale oppervlaktes van steenachtige materialen op uw locatie in vierkante meters in de onderstaande tabel in te voeren. Ook dient u de oppervlakte van aanwezige of geplande vegetatie in m2 aan te geven. Deze tabel zal direct aangeven in welke mate er van koeling of opwarming sprake is.

 

Verticale abiotische oppervlakte .
Horizontale abiotische oppervlakte .
Groene oppervlakte .
 

SCAN ECOSYTEEMDIENSTEN


De Scan Ecosysteemdiensten is een tool om het hitte-eilandeffect, en de koelingsmogelijkheden te kwantificeren.


Voor een gedetailleerd beeld over de mate en plaats waar opwarming plaats vindt en aanbevelingen voor maatregelen die koeling bewerkstelligen, dienen de oppervlaktes en lokale morfologie verder onderzocht te worden met betrekking tot de exacte waarden en relaties in een Scan Ecosysteemdiensten (SED). Een dergelijk scan kan in opdracht uitgevoerd worden.

 

In deze tool wordt de mate van opwarming uitgedrukt door de indicator oppervlaktetemperatuur in °C. Het verschil (gradiënt) tussen de oppervlaktetemperatuur en luchttemperatuur is bepalend voor het ontstaan van convectie en thermische radiatie (voelbare warmte QH). Een hoge oppervlaktetemperatuur draagt sterk bij aan een hoge convectie, dus opwarming van de omringende lucht. Ook is daardoor een hoge thermische radiatie aanwezig, die zorgt voor de verdere opwarming van de omringende materiaaloppervlakten.

 

Voor het effect van de hoge oppervlaktetemperatuur op de omringende ruimte is, naast de fysieke eigenschappen van het materiaal, ook de hoeveelheid oppervlakte (m2) bepalend. Hoe groter de hete oppervlakte, des te meer voelbare warmte wordt geproduceerd.

 

Warme oppervlaktes

Alledaagse traditionele bouwmaterialen warmen sterk op onder invloed van inkomende zonnestraling. Baksteen, beton en asfalt absorberen een grote hoeveelheid zonenergie op, waardoor hun oppervlakte heet wordt, soms tot boven de 60°C. Deze materialen produceren daarmee een grote hoeveelheid warmte die aan de omringende lucht wordt doorgegeven.

 

Om het opwarmingseffect te reduceren dient de oppervlakte van deze materialen gereduceerd te worden.

 

















Figuur 1 - Voorbeeld van zoninstraling analyse op de morfologie van de locatie


Koele oppervlaktes

Vegetatie, als de watervoorraad toereikend is, warmt veel minder op dan traditionele bouwmaterialen. Het plantoppervlak blijft regelmatig onder of rond de 30°C. Omdat deze temperatuur vaak overeenkomt met de luchttemperatuur op warme dagen, is het aannemelijk dat er geen of heel weinig convectie aanwezig is. Tegelijkertijd onttrekt beplanting warmte uit de omgeving door transpiratie (latente warmte QE). Ook het grondoppervlak waarin de plant staat draagt door evaporatie bij aan het koelingsproces.

 

Om het koelend effect te vergroten, dient de oppervlakte van vegetatie vergroot te worden.


















Figuur 2 - Voorbeeld van koelingsanalyse op de morfologie van de locatie


De ratio van warme en koele oppervlaktes (ratio van Bowen)

Een vergelijking van de warme en koele oppervlaktes is een goede indicator van de mate van opwarming of koeling op een gegeven stedelijk locatie:

 

als

 

QH / QE = 1

 

is er geen sprake van temperatuurverandering;

 

als

 

QH / QE > 1

 

is er sprake van opwarming;

 

als

 

QH / QE < 1

 

is er sprake van koeling.



Met dank voor de ondersteuning aan:

Met dank aan NL Green Label en de Koninklijk Van Ginkel Groep voor hun feedback en bijdrage tijdens het ontwikkeltraject van de

Scan Ecosysteemdiensten

CONGRES NATUURLIJK


19 november 2020 .


Aanmelden:

https://www.congresnatuurlijk.nl/

Voor meer info mail naar: estache@tudelft.nl

© Copyright. All Rights Reserved.